Mariës Hendriks

Mariës Hendriks (1956) is het afgelopen jaar weer gaan schilderen, na een lange periode van grote tekeningen en houtgravures in voornamelijk zwart-wit. In haar schilderijen is haar fascinatie voor tijd en licht, net als in het andere werk, manifest aanwezig.
Door een immense raampartij valt het zonlicht in haar atelier naar binnen en werpt een steeds veranderend patroon van licht en schaduw op vloer en voorwerpen. Hendriks condenseert het verglijden van de tijd in één schilderij. Ze neemt gedurende een lange periode foto’s van het licht- en schaduwspel. De reeksen foto’s vormen de basis voor haar schilderijen. Ze maakt geen keuze voor het ultieme licht- en donkermoment, maar laat een hele periode in één beeld samenvallen.
De schilderijen staan in de traditie van de Renaissance clair-obscur techniek, waarbij licht- en donkercontrasten sterk worden uitvergroot en de lichtbron altijd buiten beeld blijft. Het dramatische effect laat Hendriks echter achterwege ten gunste van het zoeken naar een pure vorm. Het levert geabstraheerde beelden op, die door subtiele kleurtoetsen lijken te zinderen. Je ziet de schaduw als het ware trillen en langzaam in beweging komen. (Flos Wildschut)

Van 12 mei tot en met  25 juli 2014 presenteerde de Zwaluwkamer nieuw werk van Mariës Hendriks.

MH03-A

Zonder titel, acryl op doek, 120 x 100 cm, 2014

MH07-B

Zonder titel, acryl op doek, 120 x 100 cm, 2013

MH11-C

Zonder titel, acryl op doek, 120 x 100 cm, 2014

MH12-D

Zonder titel, acryl op doek, 70 x 50 cm, 2014

MH13-E

Zonder titel, acryl op doek, 45 x 40 cm, 2013

MH15-F

Zonder titel, acryl op doek, 100 x 120 cm, 2014

MH16-G

Zonder titel, acryl op doek, 100 x 120 cm, 2012

MH17-H

Zonder titel, acryl op doek, 200 x 70 cm, 2013

MH22-I

Zonder titel, acryl op doek, 120 x 100 cm, 2013

MH23-J

Zonder titel, acryl op doek, 120 x 100 cm, 2013

MH24-K

Zonder titel, acryl op doek, 120 x100 cm, 2012

 

Mariës Hendriks staat op haar schaduw
De naspeuring van haar persoonlijke aanwezigheid

Twee weken heeft Mariës Hendriks innerlijk staan vloeken, toen ze erachter kwam dat het nieuwe werk dat ze voor ogen had alleen optimaal tot stand kon worden gebracht als ze het zou schilderen. Na jarenlang tekeningen en houtgravures te hebben gemaakt, had ze er in technische zin geen behoefte aan om het schilderen waarin ze aan de Academie voor Kunst en Vormgeving ’s-Hertogenbosch tussen 1975 en 1981 was opgeleid weer op te nemen. Inhoudelijk kon ze er niet omheen dat de manier waarop het licht in de ruimte van haar atelier op de voorwerpen viel en de schaduwen die daaruit ontsprongen alleen een schilderkunstige uitwerking konden krijgen. Toen die conclusie onontkoombaar bleek, zette ze zich over haar weerstand heen en begon te schilderen. Waaruit blijkt: wát je ook als kunstenaar hebt bereikt, je moet altijd terugkomen op jezelf. Het kunstwerk dient zich aan, zoals het zich aan jou voordoet en niet hoe je het zelf graag zou willen. Er is tijd voor nodig om die twee bewegingen met elkaar in overeenstemming te brengen. Je kunt het jezelf niet makkelijk maken door een eens ingeslagen pad te blijven volgen. Je keert op je schreden terug om na te gaan welke afslag je eerder hebt genegeerd. Dat doet de kunstenaar allemaal in gedachten. Mariës Hendriks cirkelt om haar beweegredenen heen om te bepalen op welke manier ze de uitvoering van haar ideeën het beste kan verwezenlijken. Haar werkwijze is daar mede een oorzaak van, want ze hanteert een cyclische, seriële manier van werken die wel uit moet draaien op een keerpunt, een eindwerk dat niet kan worden gevolgd door nog een variant. Er komt een moment dat ze een andere benadering moet kiezen.
In haar ‘public’-reeks, tekeningen van openbare verblijfsruimtes zoals warenhuizen – kathedralen van de consumptiemaatschappij, verzamelruimtes voor mensen die een verlangen, een ideaal met elkaar delen – had ze zich op de essentie van het tekenen gericht: het handschrift van de beweging die het uiterste uit de verhouding tussen grijs en wit, grijzen en witten, naar voren haalt, en dat zo dun mogelijk in een frontaal, ongecensureerd beeld.
Als je dat met zo weinig mogelijk doet, niets anders dan een lijntje dat ieder moment op een andere manier wordt gezet, dan raakt het bewegingsidioom na verloop van tijd uitgeput en kun je eenvoudigweg niet nog zo’n tekening maken. Daarom stapte ze over naar de houtgravure, omdat iets wat tegenstrijdig is aan virtuositeit – het tekenen van dunne lijntjes – toch virtuoos werd. De houtgravure was weliswaar aan die manier van werken verwant maar tegelijkertijd ook zo weerbarstig dat ze daarmee inhoudelijk een ander terrein kon betreden. Ze ging in ieder geval van binnen naar buiten, van binnenruimtes naar buitenruimtes. Ze verliet daardoor vreemd genoeg meteen de publieke ruimte, het openbare gebied. Juist door naar buiten te gaan, heeft ze zichzelf in die gravures een plaats gegeven. Ze deed dat door te kijken hoe de zon de dingen op scherp zet, hoe ze in de ruimte volume krijgen, hoe ze in de leegte manifest zijn, hoe ze zich tot elkaar verhouden, zowel concreet als denkbeeldig op uiteenlopende tijdstippen en in een andere lichtval.
In haar houtgravures is Mariës Hendriks zelf de figuur vanuit wie alles is waargenomen dat in de ruimte rondom haar zich voordoet. Ze blijft er niet buiten en is geen onderdeel van een collectief voornemen. In de voorafgaande tekeningen ging het er om waarin ze opging, waar ze in verloren raakte, terwijl ze in haar houtgravures zich een plaats heeft verworven.  Alleen al dat je voor een gravure in je hoofd alles om moet draaien om je de afdruk voor de geest te halen, verandert je denken. Dat spiegelbeeldige heeft wel een aspect dat ze niet in houtgravures kan verwezenlijken en dat heeft te maken met de manier waarop licht ruimtelijk reflecteert op vaste voorwerpen die een weerschijn krijgen in die voortdurend veranderende lichtval die om de dingen heenloopt. Als je dat goed wilt zien, moet je er zelf uit blijven, je kunt niet iets afdoende waarnemen als je eigen schaduw erover heen valt. Je moet er naast gaan staan, terwijl je er toch in opgenomen bent. Je moet jezelf wegdenken om er een persoonlijke verstandhouding mee te krijgen. Vanzelfsprekend is de kunstenaar het middelpunt van het atelier, maar in het uiteindelijke schilderij zou je op dat punt alleen maar in de weg staan. Je moet jezelf er dus wel uitschilderen.
In de schilderijen die Mariës Hendriks het afgelopen jaar heeft gemaakt, gaat het om de niet-plekken in haar atelier, om de ruimte die ze maakt door zichzelf daar binnen te verplaatsen met het verschuiven van haar schaduw die onder haar voeten verdwijnt. Ze heeft die verschuivingen van het licht in de ruimte gefotografeerd en die foto’s geanalyseerd. In die foto’s benadert ze een idee over leegte, tijd, ruimte en licht in afbeeldingen die zich abstract voordoen en die ze uitkleedt en ontleedt om vervolgens dat idee schilderkunstig gestalte te geven. Die kent allerlei gevoelsmatige aspecten die terug te vinden zijn in de tonaliteit van de verf. Hoe rationeel het werk ook kan ogen, een mathematische of rekenkundige uitvoering is ver te zoeken. In alles dringt de persoonlijke sensitiviteit van de ruimtebeleving door. Dat heeft te maken met de gewaarwording dat je niet de oorzaak van het schilderij ervaart, maar meteen onderhevig bent aan het gevolg ervan. Je stapt die ruimte in, je wilt er aanwezig zijn, met de schilder als gids. Het aanwezige meubilair dat is geschilderd heeft de aard van een verschijning: in hun geschilderde schaduw hebben ze geen tastbare aanwezigheid en het licht dat ze vangen vertoont die evenmin. Ze vormen de naspeuring van een persoonlijke aanwezigheid. De voorwerpen op de schilderijen zijn een noodzakelijk kwaad om de materieloosheid van de ruimte rondom te verwezenlijken.
Deze schilderijen zijn zichzelf geworden en hebben zich van de kunstenaar ontdaan. In dit werk blijft zichtbaar dat de kunstenaar verbijsterd en vertwijfeld is over wat ze heeft gedaan, waaraan ze heeft gedacht en waartoe ze heeft besloten, terwijl al schilderend iedere handeling zo zeker als een huis is geweest.
Mariës Hendriks heeft voor zichzelf alles uit het schilderij gehaald, eerder met een mes dan met een penseel. Het is absoluut werk. Alles is uitgebuit: wat plat is, is ruimtelijk gemaakt, het is abstract én figuratief. Daar sta je bovenop. Alles wat is geschilderd, benadrukt wat niet is geschilderd, wat niet geschilderd kan worden en zich tussen alles in op het doek voordoet.
Het zijn schilderijen waarin met uitzonderlijke zekerheid grote besluiten zijn genomen. Daarmee dringt de gevoeligheid van dit werk tot in iedere vezel door.
Alex de Vries, 25 maart 2014

MH02

Mariës Hendriks in haar atelier, 2014 (Foto: Max Stern)

Klik hier voor de website van de kunstenaar

Klik hier voor prijsinformatie